Sorry voor de vertraging..
Maandag 06/03
Het begin van de dag voltrok zich in stille letterlijke leegte; als in een gebrek aan therapie. Moeilijk als ik het vind, kon ik dus amper zinvolle tijdsinvulling vinden. Na wat tijd doorgebracht te hebben in ons plaatselijke stamcafxe9, alias de ‘hippe’ cafetaria van S*nt-C*millus, werd ik bij V verwacht voor mijn wekelijkse sessie individuele relaxatie. Ik schrok dat ze nu al begon over een ‘eerste lichamelijk contact’. Gelukkig zag ze aan mijn reactie dat het daar nog ietsiepietsie te vroeg voor was… Toch zorgde dit ervoor dat de rest van de sessie net zoals de vorige keren niet echt een ontspannend effect teweeg bracht. De gedachten “ik wil weg, kijk asjeblief niet naar dit walgelijk mens,…” overheersten.
Het gesprek met mijn persoonlijk begeleidster ging opnieuw over het afgeven van het materiaal waarmee ik dat lichaam verwond, maar dat idee werd al vlug in de vuilnisbak geworpen. Hierbuiten zal ik ook geconfronteerd worden met scherpe voorwerpen, en bovendien geraak ik gemakkelijk aan nieuwe voorwerpen. Daarnaast is de kans groot dat ik dan, zonder de zekerheid die met het bezit ervan samengaat, vaker en ernstiger zou gaan automutileren.
Na het gesprek had ik het heel moeilijk om niet te snijden. Net zoals wanneer ik van bij P & B kom mocht ik nu ook weer dat gat, waar ik telkenmale in val als mensen voor even dichtbij gekomen zijn, ervaren. Een gemis. Plots wegvallen van een gevoel van warmte; een gevoel dat ik zelf niet kan invullen, en ook niet opnieuw opgeroepen kan worden zonder die pijn te voelen.
Woensdag 08/03
Mottig. Mottig. Mottige dag.
Lastige pesso-introductiesessie (met de nadruk op introductie): thema afstand en nabijheid. Aangeven hoe dicht een neutraal persoon bij jou in de buurt mag komen. Als het mogelijk was geweest had ik die persoon door de muur gejaagd. Jammer dat baksteen zo hard is..
Bizarre consultatie bij Dr. V*gels. Ze vindt mij extreem achterdochtig. Ik vertelde haar dat ik het de laatste 2 weken moeilijker had, en het me tegen de avond telkens opnieuw txe9 veel wordt. Constant tussen de mensen zijn, zonder eventjes alleen te kunnen zijn, is voor mij echt wel uitputtend. s’Avonds loop ik dan zo gespannen als een veer. Niet stil kunnen zitten, constant van ruimte veranderen. Geen blijf weten met mezelf. Geen plaats hebben. Ik voel me belachelijk, bedreigd en zij zijn oncontroleerbaar. Ik wil dan gewoon weg, weg, weg… Verdwijnen. In het niets oplossen. Niet gezien willen worden. Het lastigste is dan nog dat ik ook niet txe9 lang alleen kan zijn zonder dat ik destructief gedrag stel. Ik besef wel dat ik mensen nodig heb, maar heb tegelijkertijd zo’n schrik van ze.
In de namiddag ben ik enkel naar de C*rrefour en terug geweest, maar niet naar mijn kot. Normaal gezien had ik een afspraak met mijn psychologen, maar die heb ik afgemaild. Het ging me gewoonweg niet. Schuldgevoel.
De rest van de dag voelde ik me allesbehalve ok. Gesneden. Bijna was ik terug naar J*n P*lfijn gestuurd, maar omdat ik dat echt niet wilde, heeft ze het dan toch proberen plakken met steri-strips, en dat lukte gelukkig. Bijna constante stilte in de verzorgkamer. Enkel haar kauw -en slikgeluiden vulden de kale ruimte. Akelig. Schaamte. “Ben je er zeker van dat het nu gaat?”. Ik zei ja, maar bedoelde nee.
Verzorging is akelig. Verzorging is moeilijk. Verzorging is te dicht bij. Verzorging zorgt ervoor dat de drang opnieuw komt opflakkeren.
Het snijden had niet geholpen. Het gebeurt zelden dat de drang nadien nog zo hoog blijft. Even alleen willen zijn. Naar de kamer gaan. Kamergenote komt binnen met bezoek. Weg moeten vluchten. Zonder een woord. Niet kunnen spreken. Voor de verpleegpost gaan zitten, maar niet durven aankloppen. Ze zien het niet. Naar de woonkamer. Aan tafel. Alleen. Bladeren in de krant en niet kunnen lezen. Een mede-patixebnt komt erbij zitten. Opnieuw weg. Agressief. Het kookt. Terug naar de kamer. Deur openen. Nog steeds bezoek aanwezig. Opnieuw voor de verpleegpost plaats nemen. Ze merken me niet op. Rondlopen. Ik heb geen plaats. Ik pas nergens. Verloren gelopen temidden bekend terrein. Laatste poging. Ik zit. Staar. Afgesloten. Beven. Dan roept mijn persoonlijk begeleidster mijn naam, en vraagt me om even binnen te komen. “Gaat het niet?”. Ik knik instemmend. Allerlei voorstellen om me af te leiden zijn de revue gepasseerd, maar ik wist niet wat me op dat moment kon helpen. Geen oogcontact. Niet xe9xe9n keer. Staren naar de grond. Friemelen. Benen die niet ophouden met trillen. Willen wenen, maar niet kunnen. Blokkage. Praten lukt niet.
Even later is het dan toch opnieuw fout gelopen.
Donderdag 09/03
Relaxatie is groep was een ramp. Ontspannen lukte helemaal niet. Beelden. Angstig. Op het geluid van de ruisende zee vertelde V een ‘verhaaltje’. Voetstappen in het zand. Wegzinken. “Welk gevoel geeft je denkbeeldige aanwezigheid aan de zee je?” Ik voelde me instant verlaten en alleen. Radeloos. Zoekend naar het onvindbare. Wanhopig. Ik dreef weg op een luchtmatras en verdween zeer langzaam in het niets. Verdronken en dood. Ook de woorden “de voetstappen worden langzaam uitgewist” pasten in het plaatje.
De volgende therapie, actua, ging door met beide behandelgroepen. Veel te veel mensen. Veel te veel ogen die me konden zien. Geen woord gezegd. Dit gevoel zette zich nog ettelijke uren voort. In de cafetaria, aan tafel, op de kamer, op het domein, in de gangen,… Geen ruimte waar ik kon zijn zonder me aanwezig te voelen.
Vrijdag 10/03
Na de dagopening wordt er mij gezegd dat ik om 9u30 opnieuw bij Dr. V*gels verwacht word. Daar was ik nu totaal niet op voorbereid. Waarom moet ik gaan? Het is amper 2 dagen geleden..
“De verpleging maakt zich ongerust over je, dus ik ook. Kan je daar inkomen?”
Niet echt, en ik vind het raar dat ze dat zijn. Ze zijn te lief voor mij.
“We zien echt dat je afziet, en denken dat wat extra medicamenteuze ondersteuning nu wel aangewezen is. Wat denk je zelf?”
Ik ben geen fan van medicatie en wil niet nog meer aankomen.
“Of is er iets anders dat je momenteel wat meer op je gemak kan doen voelen?”
Ik weet het niet..
Uiteindelijk is het dus de medicatie geworden. s’Avonds was ik dus suf van de pillen. Wel goed geslapen.
Nog voor het middagmaal moest ik nogmaals met mijn persoonlijk begeleidster gaan spreken om mijn planning voor het weekend te overlopen. Omdat ik nog altijd niet wist wat mijn ouders van plan waren (zaterdag in G*nt afspreken, zondag naar C*millus komen, of helemaal niet komen), werd ik wel gedwongen om 3 schema’s op te stellen. Lastig dat ze er nog altijd niet over nagedacht hadden, want zo kan ik me moeilijk voorbereiden op wat komt. Na een zeer beladen en lastig gesprek wilde mijn persoonlijk begeleidster dat ik mijn weekend inleverde (overdag buiten, maar overnachting in C*millus) en naar de verpleging stapte als het te erg werd of voor een paar dagen naar de gesloten afdeling ging. Veel opties had ik dus niet meer na eerlijk geweest te zijn over die dwingende zelfmoordgedachten. Ik had schrik dat ik dit weekend in een impulsieve bui wel eens domme dingen zou kunnen doen.